Slechts heel af en toe trekt hij een vies gezicht en dat is dan meteen weer lachen
Samuel kan zijn hand tot de knokkels in zijn mond stoppen. U moet het maar eens proberen. Niet te fanatiek, luidt het advies. Hij kon eerst bijna niet kauwen. Tot zijn vijfde heeft hij van die potjes met babyvoeding gegeten. Daarna kreeg hij wat de pot schafte, meestal dan, en alles door elkaar geprakt, met jus of appelmoes erover. We hadden zo'n volledig kromgetrokken vork van het prakken.
We weten nooit zeker of hij nog honger heeft. Hoewel, hij wijst weleens op het pictogram aan de muur van lunch of avondeten, maar dat kan ook uit gewoonte of verveling zijn. Hij loopt sowieso om de haverklap met zijn drinkbeker naar een huisgenoot voor bijvulling. Hij zegt nooit, zoals een normaal kind: 'Mama, papa, mag ik wat eten?' Of, als hij naar school gaat: 'Smeer mij maar boterhammen alsjeblieft.'
Wij geven porties op de gok en nemen in ogenschouw dat we hem niet te dik willen laten worden. Klein is hij sowieso. Heeft met zijn syndroom te maken en trouwens ook met zijn kleine ouders.
Op school doet hij blijkbaar meer zelf qua eten, met hapjes aan een vorkje prikken. Wij geven hem meestal zijn eten, om er een beetje tempo in te houden en het knoeien enigszins te beperken. In de ochtend een bord pap met zijn medicijn tegen epilepsie, tussen de middag (als hij thuis is) een broodje, of kibbeling, of vruchtenyoghurt. In de loop van de middag een banaan. Tegen de avond het avondeten en een half uur voor bedtijd een toetje, vla met opnieuw zijn medicijn.
Hij gebruikt normaliter met ons het avondeten, maar vaak ook eerder. Als hij met ons eet, speelt hij intussen op zijn muziekapparaatje. Een voordeel van iemand die niet kan praten, is dat Samuel nooit klaagt over het eten. Hij eet eigenlijk alles. Hollandse kost, Italiaanse keuken. Slechts heel af en toe trekt hij een vies gezicht en dat is dan meteen weer lachen, want in dat gezicht zit helemaal geen beleefdheid. Dat is puur, dan is het blijkbaar echt niet lekker. Trouwens: lasagne uit de koeling van de supermarkt, daarvoor kun je hem bij wijze van spreken wakker maken.
Samuel snoept niet. Nooit een dropje, geen koekje, bijna nooit een ijsje. Daar geeft hij ogenschijnlijk weinig om. We stimuleren het ook niet. Hij beweegt minder dan het gemiddelde kind, dan lijkt het ons verstandig hem enigszins in vorm te houden. Als wij later eten dan hij, vanwege de voetbaltraining van de jongste bijvoorbeeld, meldt hij zich steevast nog eens aan tafel. Of hij trekt de koelkast open, of de diepvries. Zijn buikje rust dan gezellig knorrend tegen de tafel. Hij wil nog een hapje van een vork. En nóg een.
Willem Vissers (1964) schrijft iedere week in de Volkskrant over het leven met de gehandicapte Samuel, de middelste van zijn drie zonen. Zijn kroniek verschijnt iedere woensdag om 12.00 uur op het Lebowski Blog. Dit is deel 17.
Reageren? w.vissers@volkskrant.nl
Foto © Marijn Scheeres