Afscheid Frau S.

Afscheid Frau S.

Karolien Berkvens

Karolien Berkvens schreef al eens voor onze blog over Frau S. Vorige week overleed Frau S. aan de gevolgen van corona, en Karolien blikt in deze blog terug op de mooie band die ze hadden.

 

Lieve Frau S.,

Precies op de dag dat men in Duitsland begon met vaccineren, werd jij met corona opgenomen in het ziekenhuis. Het verpleeghuis waar je woonde was nét weer open voor bezoek, na een quarantaineperiode van zes weken. Ik zou de volgende dag naar je toe gaan. Natuurlijk begreep ik direct dat dit heel slecht nieuws was, maar tegen beter weten in hoopte ik op een klein wonder.

Tijdens de laatste telefoongesprekken klonk je krachtig en opgewekt. Ja, het was naar om ‘opgesloten’ te zitten, maar je benadrukte dat jouw Heim geluk had, omdat jullie het virus zo lang buiten de deur hadden gehouden. In andere huizen was men erdoor overvallen. Het is waar. Het kwam laat en toch nog te vroeg.

Na een kleine week in het ziekenhuis ben je op nieuwjaarsdag overleden.

Van je lange leven heb ik alleen de laatste vijf jaar meegemaakt. Toen we elkaar leerden kennen woonde je nog zelfstandig, en zou ik je eens per week komen helpen met boodschappen of een ander huishoudelijk klusje. Maar na een paar maanden moest je toch naar een Heim verhuizen en kwam ik langs om je gezelschap te houden.

Dat was geen moeilijke opgave, want het klikte direct tussen ons en vanaf onze eerste ontmoeting begon je me over je leven te vertellen, dat in 1930 in Berlijn was begonnen. Je kon je de gigantische schade van de Reichspogromnacht herinneren, je had uren in schuilkelders doorgebracht en oog in oog gestaan met Russische soldaten. Je schoonvader had je nooit gekend, die was gesneuveld bij Stalingrad. Je man had je ontmoet op een door de Amerikanen georganiseerd feest. Hij werkte als turbinemonteur voor Siemens en stierf een dag na de val van de Muur.

Jouw leven stond in mijn schoolboeken beschreven.

Als ik je belde, zei je steevast: ‘Ich habe ganz doll an dich gedacht.’ En al snel mocht (moest!) ik je tutoyeren en stelde je me aan iedereen voor als je lieve vriendin ‘uit Denemarken’, wat ik aanvankelijk verbeterde en uiteindelijk maar zo liet. Ik vond het bijzonder dat je me in vertrouwen nam, niet alleen over het verleden, maar ook over het nu.

Dat nu werd almaar ingewikkelder. Je belandde in een rolstoel, je had veel pijn in je handen door de artrose, je raakte je zelfstandigheid kwijt. De meeste bewoners van het Heim waren er slechter aan toe dan jij. Ze staarden wezenloos voor zich uit of slaakten ijzingwekkende kreten en je kon nauwelijks contact met hen maken.

En dan was er het probleem van het personeel, dat steeds wisselde en aangevuld moest worden met uitzendkrachten. O, jij begreep het wel: ‘Dit is zwaar werk en je krijgt er nauwelijks voor betaald. Wie heeft daar nog zin in?’ Dan sprak ik je toe op zo’n misplaatst montere toon: dat je toch zo’n gezellige kamer had en dat het vast allemaal beter zou worden. Maar ik kan het je nu wel zeggen, Frau S., soms moest ik iets overwinnen voor ik het verpleeghuis binnenstapte. Het rook er zo treurig, zo naar het einde.

Gelukkig konden we ook vaak om de situatie lachen. Als we een uitstapje maakten en ik je op de wc hielp, grapten we ons ongemak weg. Wat ben ik blij dat we die uitstapjes gemaakt hebben! Een enkele keer ging mijn man ook mee, dan moest ik eerst dubbelchecken of je haar wel goed zat voor ik je mee naar buiten nam. Wanneer je even later met hem zat te praten, legde je een hand op mijn arm en zei je berustend: ‘Ik begrijp jonge mannen nu eenmaal heel goed.’

Afgelopen zomer, toen de maatregelen werden versoepeld, gingen we ergens koffiedrinken en begon het plotseling keihard te regenen. Een ware stortbui. Godzijdank zaten we onder een afdakje. Ik rende naar een winkel en kocht regenkleding, want jij moest terug naar het Heim. Je verdween onder de gigantische poncho, maar toen we ons schrap zetten en ik de rolstoel de regen in draaide begon je te zingen: ‘Ein wunderschöner Tag!’

Soms sloeg je vrolijkheid plotseling om en begon je zachtjes te huilen om je lange leven, om de pijn in je handen. Ik hield die dan vast en wreef ze voorzichtig warm. Het maakt me verdrietig dat juist dat niet meer kon het afgelopen jaar en dat ik geen afscheid van je heb kunnen nemen.

Ik zal je missen, Frau S., en ik zal nog heel vaak ganz doll aan je denken.

 

 

*

Karolien Berkvens (1986) studeerde Theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. In 2015 verscheen haar debuut Het uur van Zimmerman, dat genomineerd werd voor de Dioraphte Literatour Prijs en in het Duits werd vertaald. In 2018 volgde daarop haar tweede roman Zoon van Berlijn


Gepost in: faits divers op 2021-01-08

Door Karolien Berkvens

Karolien Berkvens (1986) woont en werkt in Berlijn. In 2015 verscheen bij Lebowski haar lovend ontvangen debuutroman Het uur van Zimmerman. In 2018 schreef ze haar tweede roman, Zoon van Berlijn, een groots en ambitieus boek over onze tijd. 

Om de zoveel tijd bericht Karolien vanuit de Duitse metropool met korte verhalen, artikelen over Duitse literatuur en interviews met Duitstalige schrijvers.


Ook van Karolien Berkvens

Mascha Kaléko

Onlangs stuitte Karolien Berkvens op het werk van de dichteres Mascha Kaléko (1907-1975). Kaléko had succes, maar raakte als joodse schrijfster tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in vergetelheid. De Berlijnse zangeres Dota Kehr herontdekte haar en in april verscheen het album Kaléko. Een rijke geschiedenis dus, die Berkvens in deze blog uit de doeken doet. 


Nitwit

Karolien Berkvens schrijft over haar angst voor autorijden en over motivaties om die angst te overwinnen.                                  




recente posts

Gepost op: 2021-01-20 in: faits divers
Gepost op: 2021-01-14 in: faits divers
Woonwijk

Woonwijk

Jonah Falke
Gepost op: 2021-01-07 in: faits divers
Tijd nemen

Tijd nemen

Elke Geurts
Gepost op: 2021-01-06 in: faits divers