Deskundigen over de dood #4: Een uitvaart organiseren kun je heel goed zelf (en het werkt helend)

Deskundigen over de dood #4: Een uitvaart organiseren kun je heel goed zelf (en het werkt helend)

Annemarie Haverkamp

Annemarie Haverkamp praatte in de serie 'Ik heb geleefd' bijna twee jaar lang wekelijks met iemand over de laatste levensfase. Ze bleef zitten met een aantal prangende vragen. In een korte vervolgserie spreekt ze deskundigen over de dood. Vandaag uitvaartverzorger Susanne Duijvestein over de kunst van een goed afscheid.

 

Vraag aan Susanne Duijvestein of ze later wordt begraven of gecremeerd en ze komt met een onverwacht antwoord: zij wil zich laten composteren. Haar lichaam zal worden bedolven onder een laag houtsnippers en bladeren zodat het kan vergaan. Dat is de kringloop van het leven, zegt ze. Als in het bos een hertje doodgaat, wordt dat ook door micro-organismen opgenomen. Susanne Duijvestein eindigt als een zak voedzame tuinaarde.

In Nederland zijn we die link met de natuur wat kwijt, vindt de jonge uitvaartondernemer. Als we traditioneel begraven, is dat milieutechnisch niet efficiënt: we leggen lichamen diep in de grond, waar nauwelijks nog bodemleven is voor de ontbinding van ons overschot. Dan liggen we ook nog eens te vaak in een spaanplaten kist en synthetische kleding, waar giftige stoffen in zitten die de bodem vervuilen.

Duijvestein wil dat veranderen. In haar bedrijf ‘Susanne bij afscheid’ staat duurzaamheid voorop. En niet alleen bij haar. De uitvaartwereld kent anno 2020 veel geestverwanten die de zorg om het milieu combineren met een zo persoonlijk mogelijke uitvaart voor iedereen.

Voor de goede orde: het humaan composteren van Duijvestein kan nog niet in Nederland. In de Verenigde Staten zijn ze er recent mee begonnen. Hier moet eerst onderzoek worden gedaan. Want hoe vergaat een lichaam op een composthoop in het Nederlandse klimaat? Worden alle ziektekiemen en giftige stoffen in ons lichaam zeker weten afgebroken? 'Het duurt nog minstens een jaar of acht voor we zover zijn', vermoedt ze. Ze is een van de aanjagers van het wetenschappelijk onderzoek naar composteren dat zich nog in de opstartfase bevindt.

Eigenlijk zou ik Susanne Duijvestein deze week opzoeken in Amsterdam om te praten over trends in het uitvaartwezen en haar visie op de dood, maar er kwam iets tussen: een uitvaart. In het leven van de voormalige Rabobank-medewerker is het normaal dat de dood voordringt. Die onvoorspelbaarheid maakt haar een meester in improviseren. We treffen elkaar dus op Skype.


Jij vindt dat het uitvaartwezen ‘overgeprofessionaliseerd’ is, zei je eerder. Hoezo?

'Er is een neiging om mensen in rouw te willen ontzorgen, dat is doorgeschoten. Wie ermee te maken krijgt, gedraagt zich eerder als een patiënt dan als een consument. Nabestaanden weten niet wat ze moeten doen en daar speelt de branche handig op in. Dus wordt alles geregeld en stoppen we de dood zo ver mogelijk weg. Ga eens kijken in een crematorium: dikke muren, mysterieuze gordijnen, allerlei deuren waarvan je niet weet wat zich daarachter afspeelt. In veel culturen is een afscheid iets waar de gemeenschap zelf vorm aan geeft, maar in Nederland zijn we daarvan weggedreven. Gelukkig is er een tegenbeweging. De dood mag weer dichterbij het leven komen.'


Waarom zou het goed zijn het afscheid zelf vorm te geven?

'Omdat het helend werkt als je daarbij zelf al je liefde en creativiteit inzet. Om daar als groep mensen samen over na te denken. De keuze voor een kist is vaak al een automatisme omdat mensen de alternatieven slecht kennen. Misschien past een mand of een baar wel beter bij de overleden persoon. Zelf vind ik een lijkwade erg mooi. Je ziet dan nog de contouren van het lichaam in plaats van een soort black box waarvan je denkt ‘er zal wel iemand in liggen’. De lijkwade nodigt uit tot aanraken. Ik geef workshops lijkwades maken. Wie meedoet, kan het doek in het leven vast gebruiken als tafelkleed of zo, op bijzondere momenten.'


Onze dood moet dus meer geïntegreerd worden in ons leven?

'Leven bestaat niet zonder dood en andersom. Ik denk niet dat het gezond is dat wij in het Westen proberen de dood zo veel mogelijk uit de weg te gaan.'

Susanne Duijvestein werkte elf jaar in de financiële sector toen ze van de ene op de andere dag besloot uitvaartverzorger te worden. De dood had haar altijd gefascineerd. Toen ze drie jaar geleden haar eerste uitvaarten verzorgde, was ze even de controlfreak van vroeger. Maar ze leerde dat streven naar perfectie los te laten. 'Kleine dingen die anders lopen dan je had bedacht, maken een afscheid vaak juist bijzonder. Dat de familie even daadkracht moet hebben op zo’n dag, even moet improviseren. Zoals ik al zei: dat afscheid is een gedeeld gebeuren, een beetje klungelen en ongemak mag je best voelen, want zo ís het ook.'

Ze vertelt dat ze momenteel een uitvaart voorbereidt waarbij een zoon zijn vader in zijn eigen Volvo naar de laatste rustplaats wil brengen. Zo’n auto is daar natuurlijk helemaal niet voor gemaakt, maar dat maakt het juist oprecht, vindt Duijvestein. Ze snapt de behoefte aan zelfbeschikking van de zoon die zijn vader straks voor het laatst wegbrengt.

Het valt dus wel met mee met al die strikte regels die volgens menigeen vast zouden zitten aan uitvaarten, wil ze er maar mee zeggen. De wet schrijft eigenlijk alleen voor dat het lichaam moet worden omhuld en binnen zes werkdagen de grond of de oven in dient te gaan. Steeds vaker helpt Duijvestein families om hun geliefde thuis te wassen, aan te kleden en op te baren. Daar hoort bij dat ze de nabestaanden vraagt of ze willen dat iemands mond en ogen worden dichtgemaakt. Een gevolg van de dood is namelijk dat mond en ogen na een tijdje open gaan staan. Puur natuur. Maar ze snapt dat het voor mensen die afscheid willen nemen helpt als iemand er ‘netjes’ bij ligt. 'Ik heb mezelf vaak de vraag gesteld: zou ik dit bij mijn eigen moeder ook doen? Ja, dat zou ik doen. Mijn ooms en tantes willen haar dan ook nog bezoeken. Maar eigenlijk ben ik er voorstander van dingen te laten zoals ze zijn.'

De natuurbegraafplaats als eindbestemming is tegenwoordig populair, net als het zoeken naar een afscheidslocatie buiten de traditionele aula van een rouwcentrum (‘daar wil je niet dood gevonden worden’). Gekozen wordt voor een betekenisvolle plek uit het leven van de dode. Denk aan het restaurant van het huwelijksfeest of het stamcafé. 'Of gewoon thuis. De mooiste uitvaarten die ik heb meegemaakt, waren vaak de eenvoudigste.' De coronacrisis noemt ze in die zin ‘een geschenk’. Noodgedwongen moesten mensen in kleine kring met weinig poespas afscheid nemen en dat bleek juist heel mooi intiem te zijn. Al was er soms ook verdriet bij families die zo graag meer mensen hadden willen uitnodigen, haast ze zich te zeggen.


Veel mensen die ik interviewde voor deze krant, hadden hun wensen rond de uitvaart op papier gezet. Is dat een goed idee?

'Ja, je maakt het de mensen om je heen makkelijker door ze iets van handvatten te geven. Of te laten weten wat je absoluut niet wilt. Maar laat geen heel draaiboek na, het is belangrijk dat je nabestaanden zelf een uitingsvorm kunnen bedenken, dat helpt ze bij het afscheid.'

De eerste keren dat Susanne Duijvestein de uitvaart van een kind moest organiseren, vond ze dat heftig. Het verdriet voelde ze tot in haar botten. Steeds dacht ze: dit had ook mijn kind kunnen zijn (ze heeft een dochtertje van vijf). 'Maar juist door deze ervaringen heb ik geaccepteerd dat verlies bij het leven hoort en ben ik er minder bang voor.'


Wat was de meest gedenkwaardige uitvaart die je hebt verzorgd?

'Dat was tegelijkertijd een van de meest trieste. Een jongetje van bijna zes was overleden. Hij was dol op auto’s en politiesirenes. De zus en vriendin van de moeder, die het hele afscheid zelf organiseerden, plaatsten een oproep op Facebook of mensen met een bijzondere auto zich zaterdag in Amsterdam wilden melden. Uit het hele land kwamen wildvreemden met een Porsche of oldtimer om de familie onder politie-escorte dwars door Amsterdam te rijden. Trots ging die dag gepaard met verdriet, het was een prachtig en intens eerbetoon aan dat jongetje.'


Begraven, cremeren of toch resoneren?

Vooralsnog zijn in Nederland alleen begraven en cremeren toegestaan. De Tweede Kamer beslist binnenkort of er een derde mogelijkheid bij komt: resoneren. Dit is een chemisch proces (alkalische hydrolyse) waarbij het lichaam wordt opgelost in heet water en alkali. Na een paar uur blijven alleen de botten over. De resten worden vermalen tot een poeder dat de nabestaanden mogelijk in een urn mee naar huis kunnen nemen. De Gezondheidsraad adviseerde in mei positief over dit ‘watercremeren’. In de Verenigde Staten en Canada wordt het al gedaan. Voordeel is dat het proces duurzamer is dan begraven of cremeren omdat er geen kist aan te pas komt en er minder gas nodig is dan bij een crematie. Het water dat overblijft, wordt gezuiverd en kan worden hergebruikt.


***

Dit artikel verscheen eerder in het AD
De serie 'Ik heb geleefd' lees je hier
Annemarie Haverkamp won met haar roman De achtste dag de Bronzen Uil 2019, de Vlaamse literatuurprijs voor het beste Nederlandstalige debuut van het afgelopen jaar.


Gepost in: faits divers op 2020-08-24

Door Annemarie Haverkamp

Annemarie Haverkamp is schrijver, journalist voor onder meer AD, NRC en LINDA en hoofdredacteur van het universiteitsblad Vox. Ze heeft een vaste column in De Gelderlander over haar ernstig gehandicapte zoon Job, en een interviewreeks voor het AD met mensen die weten dat ze binnenkort komen te overlijden. In maart verschijnt haar fictiedebuut bij Lebowski Publishers.


Ook van Annemarie Haverkamp

Deskundigen over de dood #5: Leef elke dag met de dood voor ogen, ga ’s avonds niet slapen met ruzie

Annemarie Haverkamp praatte in de serie 'Ik heb geleefd' bijna twee jaar lang wekelijks met iemand over de laatste levensfase. Ze bleef zitten met een aantal prangende vragen. In een korte vervolgserie spreekt ze deskundigen over de dood. In de laatste aflevering vertelt rouwspecialist Manu Keirse hoe om te gaan met verlies en verdriet.


Deskundigen over de dood #3: Hoe vertel je als arts dat iemand gaat sterven? ‘Stil zijn is dan het allerbelangrijkst’

Annemarie Haverkamp praatte in de serie 'Ik heb geleefd' bijna twee jaar lang wekelijks met iemand over de laatste levensfase. Ze bleef zitten met een aantal prangende vragen. In een korte vervolgserie spreekt ze deskundigen over de dood. Vandaag longarts Sander de Hosson over de rol  van de arts.




recente posts

Introductieweek

Introductieweek

Jonah Falke
Gepost op: 2020-09-24 in: faits divers
Ongetemd

Ongetemd

Elke Geurts
Gepost op: 2020-09-23 in: faits divers