Doemdenken

Doemdenken

Elke Geurts

Elke Geurts schrijft elke week voor De Limburger over hoe zij het goede leven probeert te leven en hoe haar afkomst dat beïnvloedt.

 

Op woensdagochtend reden mijn broer en ik samen van Amsterdam naar Heijen. De wereld was gehuld in een dikke mist. Het was alsof wij de enigen waren die nog op deze aarde bestonden. We waren op weg naar de andere twee levende wezens. Op een andere planeet.

‘Op een moment als dit is Heijen toch ver,’ zei mijn broer.
‘Ja,’ zei ik. ‘Maar niet té ver.’

Na een uur en een kwartier rijden waren we in de buurt van planeet Heijen. We cirkelden nog een hele tijd om het dorp heen omdat de weg overal was opgebroken. We konden nergens afslaan. Het dorp leek haast een onneembare vesting. Alsof alle bruggen waren opgehaald. Maar we moésten erbinnen zien te dringen. En wel snel. In die vesting zaten onze ouders namelijk. Te wachten. Op ons.

Ik stelde me voor hoe ze zich aan elkaar vastklampten. Bibberend. Klappertandend. Als twee drenkelingen op een vlot dat, zoals álle vlotten, steeds verder richting einder dreef, maar nu plotseling in een stroomversnelling terecht was gekomen. Mijn vader wankelde, en mijn moeder kon hem nog maar nét vasthouden. Maar hier kwam de versterking. Hier kwam het kroost. Wij zouden dat vlot weleens even naar de kant trekken. Naar onze kant, welteverstaan.

Op een verkeersbord langs de A73 las ik: ‘Hier heerst de Afrikaanse varkenspest.’
‘Ook dát nog,’ zei mijn broer. ‘Godver.’
‘Ja, godver,’ zei ik. ‘Waar heerst nou ook de Afrikaanse varkenspest?’

Mijn broer en ik waren nog nooit eerder met z’n tweeën naar ons ouderlijk huis gereden, dacht ik. Maar hij zei dat we één keer eerder samen in de auto naar Heijen hadden gezeten.

‘Wat was er toen dan aan de hand?’ vroeg ik.
‘Jij ging toen net scheiden,’ zei hij. ‘Jij bleek toen net bedrogen.’
‘O, oké,’ zei ik. ‘Ook zo’n kutverhaal.’
‘Ja,’ zei hij, ‘cliché allemaal.’
‘Ik vind dit weer zo’n ontstellend voorspelbaar b-scenario.’
‘Ja, ik dacht ook dat dit niets voor ons was,’ zei mijn broer.
‘Is het ook niet,’ zei ik. ‘We gaan hier een andere draai aan geven.’
‘Hoe dan?’ vroeg hij.
‘Wij gaan de boel redden,’ zei ik. ‘Hoe dan ook.’
‘Dat kunnen we niet,’ zei mijn broer.
‘Ik verzin wel wat.’

We moesten onze ouders zien te redden. En wel snel. Voor hun hele wereld was ingestort. We moesten ze op tijd onder het puin vandaan halen. Onze moeder kon onze vader nooit in haar eentje onder die brokstukken uitkrijgen.

Wat ik met al deze beeldspraak zeggen wil: Het naderende onheil moest dus afgewend worden. En wij waren daarvoor de aangewezen personen. De reddingswerkers. Ik had de leiding over deze reddingsoperatie. Dat voelde ik meteen. Iedereen hoefde alleen maar goed - heel goed - naar mij te luisteren. Ik zou dit doemscenario wel eens even een heel andere wending geven. Al wist ik nog niet echt hoé.

Een ambulance met loeiende sirenes racete ons voorbij. In de richting van Heijen, nogal wiedes.

‘We zijn te laat,’ zeiden mijn broer en ik tegelijk. We zuchtten diep. Het had allemaal geen zin meer. Het was gebeurd. In ons hoofd was alles altijd zwarter dan het zwartst denkbare scenario. We hadden het doemdenken dubbel en dwars meegekregen. Zowel vader als moeder waren ermee behept. Zeker in noodgevallen.

Eindelijk bereikten we, via de een of andere sluiproute, toch ons geboortedorp. De ambulance reed ons huis in volle vaart voorbij. We wachtten tot de sirenes waren weggestorven en stapten toen uit.

‘Nou! Wat de uitslag uiteindelijk ook zal zijn, broertje,’ zei ik. ‘Het zal in onze familie altijd meevallen. Dat is het voordeel, toch? Erger dan wat we bedenken kan het nooit worden.’
Binnen zaten onze ouders al aan de keukentafel te wachten met verse koffiebroodjes van de Lidl. Hun gezichten klaarden op.

‘Jullie leven nog!’ riepen ze uit. ‘We wisten zeker dat jullie nu ook nog verongelukt waren.’

 

*

 

Deze column is eerder gepubliceerd in De Limburger
Lees ook Elke Geurts' roman Ik nog wel van jou
Luister hier naar onze podcast met Elke Geurts over haar roman en scheiding.


Gepost in: faits divers op 2020-11-18

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in De Limburger. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

Evaluatie

Elke Geurts schrijft elke week voor De Limburger over hoe zij het goede leven probeert te leven en hoe haar afkomst dat beïnvloedt.


Optimisme

Elke Geurts schrijft elke week voor De Limburger over hoe zij het goede leven probeert te leven en hoe haar afkomst dat beïnvloedt.




recente posts

Interviews

Interviews

Jonah Falke
Gepost op: 2020-11-26 in: faits divers
Evaluatie

Evaluatie

Elke Geurts
Gepost op: 2020-11-25 in: faits divers
Gepost op: 2020-11-24 in: faits divers
Lethargie

Lethargie

Jonah Falke
Gepost op: 2020-11-19 in: faits divers