Maté in tijden van corona. Hoe Argentinië omgaat met de pandemie (en hoe ik er weg probeer te komen)

Maté in tijden van corona. Hoe Argentinië omgaat met de pandemie (en hoe ik er weg probeer te komen)

Gastbijdrage

Door Jilt Jorritsma.

I.

“Wil je het eens proberen?”

          E. reikt ons zijn van kalebas gemaakte kopje aan, dat tot de rand is gevuld met maté. Als ik het aanneem, draait E. de dop open van de thermoskan waarmee hij de hele dag onder zijn oksel rondloopt. Hij giet wat heet water bij de droge bladeren in het kopje. Aarzelend kijk ik naar de bombilla die uit de groene drab steekt; het ijzeren rietje waarmee de maté wordt gedronken. Wie weet hoeveel lippen het ding al hebben beroerd.

          E. leest de twijfels af van mijn gezicht.

“Het is oké, iedereen doet het hier.”

Maté is de nationale drank van Argentinië. Overal op straat lopen mensen met kalebassen kommetjes in de ene hand, een thermoskan in de andere. Maté drink je nooit alleen: wie een kopje heeft, deelt zijn maté met zijn omgeving – dat is een ongeschreven regel, een ritueel. Daarbij wordt voortdurend door hetzelfde rietje gedronken.

Maté overcomes isolation tendencies, schreef de Uruguayaans antropoloog Daniel Vidart over het gebruik van de drank in Zuid-Amerika.  

“En corona dan?” vraag ik.

E. lacht en maakt een wegwerpend gebaar. Zelfs tijdens een wereldwijde crisis zijn ingesleten rituelen moeilijk te veranderen. Op dat moment is Europa druk bezig zichzelf te isoleren. Mijn vriendin S. en ik zijn vlakbij El Calafate, in Zuid-Patagonië, waar je nog weinig van COVID-19 merkt. In Argentinië zijn op 12 maart zo’n twintig mensen besmet met het virus, de eerste coronadode in het land is net gevallen.

 

Zonder de bombilla af te vegen drink ik van de maté, die ondanks zijn sterke, bittere smaak lekker wegdrinkt. Een aroma van tabak blijft achter in mijn mond. Ook S. neemt een slok. We bedanken E. voor het delen van zijn drankje en maken kort nog even een praatje. Hij verwacht niet dat er binnenkort in Argentinië maatregelen tegen het coronavirus worden genomen.

          Terwijl hij praat blijven er mensen bij E. staan, ze vragen om een slokje van zijn maté en lopen weer verder.  
                 

II.

Een paar dagen later zijn we in El Chaltén, een rustiek dorpje aan de voet van de gelijknamige bergketen. Als we ’s avonds terugkomen van een beklimming naar een gletsjermeer en weer verbinding krijgen met de wifi van ons hostel, lezen we dat de Argentijnse overheid het land op slot gooit omdat het aantal ziektegevallen gestaag blijft toenemen. In- en uitgaande vluchten naar Europa worden geschrapt tot 28 maart. Onze terugvlucht op 29 maart lijkt de dans de ontspringen, waardoor we vooralsnog in het land kunnen blijven. Maar even daarna laat de Nederlandse ambassade ons weten dat we in quarantaine moeten: iedere toerist mag pas vrij door het land bewegen, als hij/zij kan aantonen veertien dagen in het land te zijn. Wie zich daar niet aan houdt, is strafbaar.

          Wij zitten op dat moment op onze achtste dag en moeten dus nog een week in quarantaine. We overleggen met G., de eigenaar van ons hostel, over hoe serieus we dit bericht moeten nemen. G. moet er vooral erg hard om lachen.

          “Wat gaan ze doen dan? Jullie buiten oppakken? Geloof me, in dit land zijn jullie waarschijnlijk beter op de hoogte dan de autoriteiten.”

          G.’s rustige toon en sympathieke glimlach stellen ons enigszins gerust. Maar de volgende ochtend komt hij tijdens het ontbijt op ons af. Zijn gezicht staat strak en zijn woorden klinken vlak.

          “Vannacht hebben ze de nationale parken gesloten,” hij neemt een slokje van zijn maté, “ik moet de tent hier dichtgooien, want er komt niemand meer.”

          Hij adviseert ons weg te gaan uit El Chaltén, omdat het geen handige plek is voor een quarantaine: er is geen vliegveld vanwaar we eventueel nog naar Buenos Aires zouden kunnen komen (mocht het binnenlandse vluchtverkeer de komende dagen ook stilvallen).    

 

S. en ik wagen het erop met de bus terug naar El Calafate te gaan en van daaruit naar Bariloche te vliegen om onszelf te isoleren. Daar zitten we centraler.

          Eenmaal in Bariloche merken we dat de maatregelen strikter worden nageleefd dan G. voorspelde. We worden uit alle hostels en hotels geweerd, omdat we nog geen veertien dagen in het land zijn. We mogen nergens overnachten of in quarantaine, want niemand kan eten en drinken voor ons halen. Na het zoveelste hotel dat ons op straat zet, zoeken we onze toevlucht tot appartementen. Uiteindelijk vinden we er online een waarvan de eigenaar, C., ons toelaat om onszelf te isoleren.

          C. voorziet ons van latex handschoenen en voldoende zeep. Ze hekelt de lakse houding van veel Argentijnen.

“We moeten onze verantwoordelijkheid nemen en allemaal binnenblijven.”

Ze zegt dat ze onze namen doorgeeft aan de eigenaar van het pand, die geeft ze weer door aan een overheidsinstelling die erop toe zal zien of wij nog in quarantaine zijn of niet. Hoe die controle werkt is ons onduidelijk: niemand heeft bij ons aan de deur geklopt.

We beloven C. dat we op de kamer blijven en alleen voor boodschappen naar buiten gaan. Met handschoenen aan ga ik later die dag naar de supermarkt. Op straat lopen de mensen met een grote boog om me heen.

 

Na twee dagen in isolatie, met uitzicht op het Nahuel Huapi-meer, meldt C. ons dat president Fernández die middag een persconferentie geeft. Ze verwacht dat hij aankondigt dat het binnenlandse vluchtverkeer stilgelegd wordt. Om te voorkomen dat we in Bariloche stranden en het land helemaal niet meer uit komen, besluiten we onze quarantaine in Bariloche af te breken en naar Buenos Aires te vliegen.

Een dag later wordt het nationale vliegverkeer inderdaad stilgelegd. We zijn net op tijd vertrokken.  

 

III.

Buenos Aires is bij terugkomst volledig veranderd. Toen we er een week eerder aankwamen bevonden we ons nog tussen de duizenden vrouwen die nabij Plaza de Mayo staakten en op 9 maart massaal de straat op gingen om te protesteren tegen ongelijkheid, geweld tegen vrouwen en abortuswetten. Nu, precies een week later, zijn de straten leeg, de horeca gesloten en hangen overal posters en matrixborden die waarschuwen voor corona. Politiewagens patrouilleren met sirenes door de straatblokken en controleren of iedereen zich aan de isolatie houdt.

          De overheid heeft hotels inmiddels opgeroepen om geen niet-Argentijnen te weren, maar ze juist te ondersteunen het land te verlaten. Maar om het zekere voor het onzekere te nemen kiezen we ervoor om opnieuw een appartement te huren waar we onszelf kunnen isoleren. Eigenaar V. wacht ons op in de lobby van het gebouw, we geven elkaar geen hand. Ze laat ons de woning zien en leert ons hoe wel zelf maté kunnen maken (de waterkoker heeft zelfs een aparte maté-stand).

“Het is erg moeilijk voor ons in deze dagen,” zegt V. terwijl ze water bij de kruiden giet, “we mogen niets meer delen.”

Maté werd al gedronken door de inheemse volkeren in delen van Zuid-Amerika ten tijde van de Spaanse verovering, vertelt V.

Ze laat ons alleen met de maté.

 

Direct terugvliegen naar Amsterdam is geen optie meer. We kunnen alleen nog naar huis via een nabijgelegen land en moeten hopen dat dat land de grenzen niet alsnog ineens dichtgooit. We zetten ons geld in op São Paulo, Brazilië, waarvan de grenzen nog open zijn, omdat president Bolsonaro lak lijkt te hebben aan het coronavirus. Net nadat we hebben geboekt komt het Braziliaanse volk in opstand tegen het coronabeleid van de president. Vervolgens wordt onze vlucht om onduidelijke redenen geschrapt. Uiteindelijk lukt het ons met veel moeite een andere vlucht te regelen.

          Gespannen houden we het nieuws in de gaten. De tijd lijkt uitgestrekt. Ineens kan alles anders zijn. Op de avond voor onze terugvlucht lezen we vlak voor het slapen dat Brazilië alsnog de grenzen dichtgooit. Er is paniek op sociale media, maar algauw blijkt dat het om een vertaalfout gaat: alleen de landsgrenzen gaan op slot, vliegverkeer is nog gewoon mogelijk. De volgende ochtend vliegen we naar São Paulo en twee dagen later zijn we in Amsterdam. Argentinië is dan in volledige lockdown.   

 

IV.

Dat de preventieve maatregelen in Argentinië en veel andere Latijns-Amerikaanse landen relatief snel op elkaar volgden, nog voor er sprake was van veel coronagevallen, is niet vreemd. De landen hebben niet de middelen om een grote uitbraak op te kunnen vangen. Er zijn niet genoeg ziekenhuisbedden om de verwachte zieken in te behandelen (in Argentinië 5 bedden op 1000 inwoners, in bijvoorbeeld Mexico 1.4 bedden op 1000 inwoners). Lokale gewoonten, zoals het samenkomen op straat en het delen van maté, worden daarom strikt beperkt.

          Toch wijken de rituelen niet volledig, ze adapteren. Als we V. een appje sturen dat we veilig zijn thuisgekomen, reageert ze even later verheugd dat ze inmiddels al aan online maté-drinksessies heeft deelgenomen. Juist nu de sociale verbinding wegvalt, zoeken mensen naar creatieve manieren om dat gemis op te vangen.


Jilt Jorritsma (1991) is historicus, essayist en schrijver. In 2018 won zijn essay 'Onthoofd' de allereerste Joost Zwagerman Essayprijs en eerder in 2016 won hij de Nexus Essayprijs. Zijn essays en korte verhalen verschenen onder meer in De Revisor, De Nederlandse Boekengids, de Volkskrant en bij Boom Filosofie. Daarnaast doet hij aan de Open Universiteit onderzoek naar zinkende steden. In de Lebowski Talent Pool werkt hij aan zijn debuutroman, getiteld Was.


Gepost in: current affairs op 2020-03-25

Door Gastbijdrage


Ook van Gastbijdrage

LIVEBLOG: Lebowski in tijden van lockdown

Schrijvers reflecteren op de tijd. Dit liveblog wordt regelmatig aangevuld met verse artikelen, interviews, columns, livestreams, online workshops en concerten, voorleesfragmenten, filmpjes en cartoons. 


Lees hier 'Ze ligt hier niet', het winnende verhaal van WriteNow! 2020 Nijmegen (door Jared Meijer)

De 24-jarige Jared Meijer wint met zijn verhaal 'Ze ligt hier niet' de Nijmeegse voorronde van schrijfwedstrijd WriteNow! 2020. De jury, bestaande uit voorzitter Anne-Fleur van der Heiden, NRC-recensent Thomas de Veen en Lebowski-redacteur Saskia Veen, koos uit 89 inzendingen deze tekst als beste van de voorronde: 'Een verhaal met een fijne dynamiek, een goede afwisseling in tekst en dialoog en concrete details. (...) Dat binnen een setting die absurd en conceptueel is, ook nog in enkele pennestreken een familieverhaal wordt opgetekend, getuigt van vakmanschap. (...) Grappig, nostalgisch, droevig, vol verbeeldingskracht.'




recente posts

Gepost op: 2020-05-27 in: current affairs
Vrij

Vrij

Elke Geurts
Gepost op: 2020-05-26 in: faits divers