Ontsnappen

Ontsnappen

Elke Geurts

Elke Geurts schrijft elke week voor De Limburger over hoe zij het goede leven probeert te leven en hoe haar afkomst dat beïnvloedt.

 

Laatst zat ik weer eens in een auto, al was het er één zonder dak, al schraapten m’n billen zowat over het wegdek en voelde ik de kou langzaam in al m’n botten kruipen. Het was geweldig. Na twee weken was ik eindelijk verder dan vijf kilometer van huis.
De zon scheen extreem fel. De hemel was absurd blauw. Ik keek mijn ogen uit op de snelweg. Voorzichtig blies ik leven in mijn dooie vingers. Wat was de wereld groot en mooi.
Voor één dag was ik ontsnapt aan de maatregelen die van hogerhand waren opgelegd.
Mijn vriendje had zijn oude cabrio uit de mottenballen gehaald - ik denk om  zo optimaal van de verbeterde luchtkwaliteit te kunnen genieten? - en was me stiekem thuis op komen halen. Hij droeg een dikke, rode muts en een spiegelbril. Helemaal ingepakt zat ik naast hem. Ik had twee capuchons op. Over mijn benen lag zijn lange donzen jas. Maar de kilte trok overal dwars doorheen. 
‘Heerlijk, hoor!’ schreeuwde ik.
‘Jij schaamt je voor deze auto, hè?’ schreeuwde hij. We moesten schreeuwen om over het motorgeluid en het razen van de wind heen te komen. 
‘Nee, hoor!’
‘Ik word er heel blij van!’
‘Ik vind die auto van jou met een dak ook wel fijn.’
Heel mijn leven lang had ik gelachen om die totaal verkleumde zondagsrijders in hun lage, open wagentjes, met hun verwaaide gezichten en hun verwaaide kapsels. Nu was ik er zelf één geworden. 
‘Ik kan het dak ook dicht doen,’ schreeuwde hij.
‘Dit is fijn, hoor!’ Mijn ogen traanden. 
Het liefst wilde ik hard doorrijden nu. Naar Parijs of zo. 
Als ik aan ‘eventjes ontsnappen’ denk, denk ik altijd het eerste aan Parijs. Maar dat zou dus niet eens kunnen. We komen nu Parijs niet in. We komen ons land dus echt niet uit. Bij dit gegeven moet ik niet al te lang stilstaan. 
Vandaag - inmiddels weer lang en breed op cel - fotografeerde ik niet voor niets dat éne blauwe gat in een verder bewolkte lucht. Misschien dat er daar een uitweg was? Overal zoek ik openingen. Manieren om weg te komen. Ontsnappingsmogelijkheden. Vrijheid die uiteindelijk vast vooral weer in je geest te vinden zal zijn.
We reden naar zijn huis in Utrecht. Dat was geen Parijs. Maar we mochten erheen zonder opgepakt te worden. Dat was ook een fijn idee. Zijn huis voelde toch een beetje als mijn thuis. In de badkamer stond een tandenborstel die speciaal voor mij bestemd was. Er lag een doosje met mijn medicijnen. En een oplader alleen voor mijn telefoon. Ik zou daar - als we ons ineens niet meer zouden mogen verroeren - een tijdje ingesloten kunnen raken.
Hij begon - zoals altijd - met het inschenken van twee grote glazen wijn. Ik sloeg - zoals altijd - alle boeken open die op tafel lagen en bekeek de laatste tekeningen en frutsels van de kinderen die ik niet kende, maar waarvan ik inmiddels buitengewoon veel wist. Zoals ik dingen over mijn kinderen tegenwoordig soms ook eerder met hem bespreek, dan met hun vader. Maar wij hebben elkaars kroost nog nooit in het echt gezien. 
Al meer dan een jaar lang zien we alleen hun onbeslapen bedden, hun jassen aan de kapstok, hun gewassen kleren aan het wasrek. Soms loop ik even één van de drie slaapkamers binnen om te kijken hoe laat het is. Om te kijken wat voor mensen het zijn. Verder kruisen onze twee werelden elkaar niet. 
We hebben ook geen zin in vermenging. We weten dat kinderen nooit op nieuwe liefjes van hun ouders zitten te wachten. We houden het liefst alles altijd open. Of nou ja: ik dan.


***

Deze column is eerder gepubliceerd in De Limburger
Lees ook Elke Geurts roman Ik nog wel van jou
Luister hier naar onze podcast met Elke Geurts over haar roman en scheiding.


Gepost in: faits divers op 2020-04-07

Door Elke Geurts

Deze column is eerder gepubliceerd in Trouw. De roman Ik nog wel van jou verscheen onlangs bij Lebowski.


Ook van Elke Geurts

Wegwerker

Elke Geurts schrijft elke week voor De Limburger over hoe zij het goede leven probeert te leven en hoe haar afkomst dat beïnvloedt.


Afscheid

Elke Geurts schrijft elke week voor De Limburger over hoe zij het goede leven probeert te leven en hoe haar afkomst dat beïnvloedt.




recente posts