Pop en literatuur (87): The Smiths en Noël Coward

Pop en literatuur (87): The Smiths en Noël Coward

Cor de Jong

Iedere week bespreekt Cor de Jong de relatie tussen pop en literatuur. Deze week staan het nummer ‘Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before’ van The Smiths, het verhaal 'Stop Me If You’ve Heard It' van Noël Coward en de betekenis van deze twee titels centraal. 

 

 

Wie een nummer de titel ‘Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before’ meegeeft, heeft natuurlijk de nodige zelfspot. Nog voor er een noot heeft geklonken wordt de luisteraar al uitgenodigd om de zanger te onderbreken.

De tekst van het nummer is dan ook humoristisch. Bijvoorbeeld de zinsnede waarin de ‘ik’ op de dwarsstang van zijn fiets knalt: ‘And the pain was enough to make/ A shy, bald Buddhist reflect/ And plan a mass murder’.

Die zelfspot wordt doorgevoerd in de clip bij het liedje, waarin zanger Morrissey de draak steekt met zijn populariteit en de vele navolgelingen. In de video fietst hij rond door Manchester, met een schare fans die zijn uiterlijk gekopieerd hebben. Een van hen krijgt onderweg ook nog materiaalpech. Door de clip heen zijn posters te zien van Morrissey’s literaire helden Oscar Wilde en Shelagh Delaney. Toch is dit nummer niet in eerste instantie op hun werk geïnspireerd, maar op een verhaal van Noël Coward: ‘Stop Me If You’ve Heard It’.

 

The Smiths - Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before

 

 

Stop me, oh, oh-o, stop me

Stop me if you think

That you've heard this one before

 

Nothing's changed

I still love you, oh, I still love you

Only slightly, only slightly less

Than I used to, my love

 

I was delayed, I was way-laid

An emergency stop

I smelt the last ten seconds of life

I crashed down on the crossbar

 

And the pain was enough to make

A shy, bald Buddhist reflect

And plan a mass murder

Who said I'd lied to her?

 

Oh, who said I'd lied?

Because I never, I never

Who said I'd lied?

Because I never

 

I was detained, I was restrained

And broke my spleen and broke my knee

And then he really lays into me

Friday night in out-patients

Who said I'd lied to her?

 

Oh, who said I'd lied?

Because I never, I never

Who said I'd lied?

Because I never

 

And so I drank one

It became four

And when I fell on the floor

I drank more

 

Stop me, oh, oh-o, stop me

Stop me if you think

That you've heard this one before

 

Nothing's changed

I still love you, oh, I still love you

Only slightly, only slightly less

Than I used to, my love

 

Noël Coward – Stop Me If You’ve Heard It

 

 

 

‘Stop me if you’ve heard it!’ That idiotic, insincere phrase – that false, unconvincing opening gambit – as though people ever had the courage to stop anyone however many times they’d heard it! Human beings could be brave – incredibly brave about many things. They could fly in jet-propelled planes; fling themselves from the sky in parachutes; hurl themselves fully clothed into turbulent seas to rescue drowning children; crawl on their mortal stomachs through bullet-spattered mud and take pins out of unexploded bombs or shells or whatever they were, but no one, no one in the whole twisting, agonized world was brave enough to say loudly and clearly, ‘Yes, I have heard it. It is dull and unfunny; it bores the liver and lights out of me. I have heard it over and over again, and if I have to hear it once more in any of the years that lie between me and the grave, I’ll plunge a fork into your silly throat – I’ll pull out your clacking tongue with my nails.’

 

Noël Coward is vooral bekend geworden als toneelschrijver, regisseur, acteur en zanger. Zijn korte verhalen zijn minder bekend en dat is eigenlijk best jammer, want hij verstond de kunst om met behulp van weinig woorden personages uiterst treffend neer te zetten.

Zo ook in dit verhaal. Marty is met haar man Budge op een feestje. Hij is een voormalig stand-upcomedian, maar zijn successen liggen al geruime tijd achter hem. Zij is zich daar pijnlijk van bewust, vooral op de momenten dat hij zich ertoe laat verleiden om in het openbaar moppen te tappen. Zo trots als ze vroeger op hem was, zo schaamt ze zich nu, als hij weer eens een mop of een anekdote begint met die vaste zinsnede ‘stop me if you’ve heard it’. Het verhaal begint dan ook op het genoemde feestje, waar zij als de dood is dat hij een mop zal gaan vertellen: ‘“Please God,” she whispered to herself. “Don’t let it bet the one about the Englishman and the Scotsman and the American in the railway carriage”’. Even later breekt inderdaad het onvermijdelijke moment aan dat hij zijn vaste zinnetje gebruikt en de gevreesde mop vertelt. Er wordt gelachen.

‘Stop me if you’ve heard it’ of ‘Stop me if you’ve heard this one before’ zijn zinsnedes die een grap aankondigen. Toch wordt zowel in het verhaal als in de songtekst een draai gegeven aan die zin. Het gaat namelijk niet alleen over uitgekauwde moppen of eindeloos opnieuw vertelde anekdotes, maar ook over de liefde. Die is soms ook uitgekauwd. Soms ben je elkaar zat of heb je er genoeg van om elkaar te vertellen dat je van elkaar houdt. En tegelijkertijd is dat soms nodig. Gewoon omdat het zo is.

Eenmaal thuis, terug van het feestje, krijgen Marty en Budge ruzie. Eerst wil Marty niet vertellen wat haar dwarszit, maar na enig aandringen vertelt ze dat ze heeft gemerkt dat Budge naar een andere vrouw keek. Budge weet haar gerust te stellen en ze maken het weer goed. Voor ze gaan slapen moet Marty nog iets zeggen:

‘She smiled and reached out and patted his hand. Then gently, almost timidly, as though she were not quite sure of her ground, she pulled him toward her. “I’ve got something to tell you,” she said. “Stop me if you’ve heard it”’

Daarmee eindigt het verhaal. Wat Marty precies wil zeggen komt de lezer niet te weten, al laat het zich wel raden. En Morrissey lijkt het bovendien in te vullen. De conclusie waar ‘Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before’ mee afsluit lijkt me er eentje die zo uit de mond van Marty had kunnen komen: ‘Nothing’s changed/ I still love you, oh, I still love you/ Only slightly, only slightly less/ Than I used to, my love.’

 


Gepost in: faits divers op 2020-02-25

Door Cor de Jong

Cor de Jong (1978) is schrijver, leraar Nederlands en studiebegeleider bij de jeugdopleiding van Sparta Rotterdam. Hij publiceerde al meerdere korte verhalen. De aanname is zijn debuutroman.


Ook van Cor de Jong

Verlichting

Cor de Jong maakt van de quarantaine gebruik en duikt in De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken. Hij schrijft over al dan niet Verlichte denkbeelden en het plezier in van mening verschillen. 


Pop en literatuur (90): Big and Rich en Theodore Dreiser

Iedere week bespreekt Cor de Jong de relatie tussen pop en literatuur. Deze week: een blik op 'Faster Than Angels Fly' van Big and Rich en de vergelijking die zij maken tussen Shakespeares Romeo en Juliet en Theodore Dreisers An American Tragedy. 

 




recente posts

Gepost op: 2020-04-03 in: current affairs
Hoop

Hoop

Jonah Falke
Gepost op: 2020-04-01 in: faits divers