Postuum: Joop Goudsblom (1932-2020). Een onderkoelde maar gepassioneerde academicus

Postuum: Joop Goudsblom (1932-2020). Een onderkoelde maar gepassioneerde academicus

Arnon Grunberg

Dit In Memoriam verscheen eerder in de Volkskrant.

*

Een van de laatste persoonlijke e-mails die Joop Goudsblom me stuurde, dateert van 21 december 2016. Daarin schrijft hij dat de verschijningsdatum van zijn memoires, Geleerd, van 15 januari 2017 naar 15 december 2016 is vervroegd. Hij voegde eraan toe dat het register enkele onvolkomenheden bevatte, zo was de naam van psychiater Louis Tas om mysterieuze redenen uit dat register verdwenen. Er volgde een witregel, daarna schreef hij: ‘Hij is overigens in goed gezelschap. Mijn ouders komen in het register ook niet voor.’

Deze twee zinnen maken gedeeltelijk duidelijk waarom ik de afgelopen weekend overleden emeritus hoogleraar sociologie en schrijver bewonder. Hij had gevoel voor stijl en was geestig, op de enige manier waarop men vermoedelijk geestig kan zijn, onnadrukkelijk, bijna per ongeluk. Daarnaast was hij erudiet, op ingetogen wijze hartstochtelijk en benaderde hij de wereld en zichzelf analytisch en sceptisch zonder te veinzen dat hij boven die wereld stond. Wel geloof ik dat hij het adagium van Gabriel Garcia Márquez, dat iedereen een publiek, een privé- en een geheim leven heeft, serieus nam.

In zijn laatst gepubliceerde boek, Geleerd, schrijft hij: ‘Het jongetje waar het om gaat droeg mijn naam, was net als ik geboren op 11 oktober 1932 in Bergen, N.H., en woonde op de Molkade nummer 3 in Krommenie, wat ook bijna een kwart eeuw lang mijn adres geweest is.’ De afstand tussen het jongetje of de man om wie het gaat en de man die dat jongetje beschrijft, is tekenend voor Goudsblom. Tussen het beschrevene en de beschrijver hoort hygiënische afstand te bestaan, juist ook als het beschrevene en de beschrijver een en dezelfde persoon lijken te zijn.

In Geleerd beschrijft Goudsblom, die een duider was van het werk van de beroemde socioloog Norbert Elias en met hem bevriend was, dat zijn keuze voor de universiteit ‘een verstandshuwelijk’ was. Dat verstandshuwelijk stond niet haaks op hartstochten. Zijn vriendschap en bewondering voor Nobert Elias – in zijn memoires noemt hij ook de minder bekende socioloog Talcott Parsons – hebben bijgedragen aan de wording van een onderkoelde maar gepassioneerde academicus die zijn werk uitoefende met een vuur dat men doorgaans voornamelijk aantreft in buitenechtelijke relaties.

Elias heeft nogal succesvol geprobeerd het menselijke beschavingsproces in kaart te brengen, de mens is het wezen dat zijn hartstochten grotendeels heeft leren te controleren. Dat Goudsbloms bekendste boek, Vuur en beschaving (1992), over vuur gaat mag geen toeval heten; de beschaafde mens is, kun je zeggen, een lopend waakvlammetje dat zich in de loop der tijden steeds beter heeft weten te beheersen, zijn hartstochten zijn zelden een uitslaande brand, maar ook die beheersing, de beschaving zelf, heeft allerlei negatieve neveneffecten. Waar men zelf niet meer het gevaar is, waar men zelf het gevaar niet of nauwelijks meer kent, dreigt een toestand waarin geen werkelijke bevrediging meer bestaat.

Overigens heeft Goudsblom me eens gecorrigeerd dat ik geen uitspraken over de mens mocht doen. Dat ik dit nu weer doe, nota bene in een in memoriam, toont aan dat ik hardleers ben, mijn zwemleraar wist dat al ruim veertig jaar geleden. Ik hoop dat Goudsblom deze hardleersheid op zou kunnen vatten als een teken van vriendschap en liefde; de ware liefde is de plagende liefde.

Goudsblom beschreef het vuur, het werkelijke, niet het metaforische, met de voor hen kenmerkende analytische beknoptheid: ‘Vernietigend, onomkeerbaar, doelloos, zelfgenererend.’

Een ander interessegebied van Goudsblom was de schaamte, een interesse die hij deelde met psychiater Tas en die niet los kan worden gezien van zijn denken over het beschavingsproces. Dat het eerste deel van zijn memoires, direct na het voorwoord, begint met de woorden ‘prille schaamte’ zegt genoeg. Eerst is er de prille schaamte, daarna de minder prille.

Zijn studie Nihilisme en cultuur (1960), tevens zijn proefschrift, dat hij als volgt samenvat: dit boek ‘kan worden gelezen als een ingetogen polemiek tegen ware gelovigen van iedere overtuiging’, is vormend voor mij geweest.

Een paar keer heb ik Goudsblom ontmoet. Hij praatte zoals hij schreef en zo heeft hij volgens mij ook geleefd. Hij was een van de weinige mensen van wie ik het gevoel had dat hun beschaving niet geveinsd was, vermoedelijk omdat hij zelf niet zo erg in die beschaving geloofde.

Mijn boeken thuis staan op alfabetische volgorde, voor enkele boeken maak ik een uitzondering, zij staan naast mijn bureau. Het verzameld werk van Karel van het Reve, De mythe van Sisyfus van Camus, Tragische Literaturgeschichte van Walter Muschg, de boeken van Goudsblom.

Dit aforisme uit zijn bundel Reserves (1998) heb ik dikwijls geciteerd, maar zeker in tijden van agressieve en vernietigende zedenmeesters kan het niet vaak genoeg worden herhaald. Ik wil dit stuk ermee afsluiten, ter nagedachtenis aan Joop Goudsblom (1932-2020): ‘Moraal is macht uitoefenen zonder van macht te reppen.’


Gepost in: faits divers op 2020-03-25

Door Arnon Grunberg

Arnon Grunberg (1971) is een van de belangrijkste schrijvers van Nederland. Naast romancier is hij columnist, essayist en journalist. Zijn werk wordt vertaald in vele landen en is meermaals bekroond.


Ook van Arnon Grunberg

Blinde gehoorzaamheid (Abraham Kuyper Lezing 2020)

 

Als het nodig is zijn we bereid onze democratie met mensenoffers te beschermen. In deze gewilligheid ziet Arnon Grunberg de echo van het oeroude verhaal van Abraham en zijn zoon Isaak. De Deense filosoof Søren Kierkegaard worstelde al met de vraag of Abraham een gelovige is of een moordenaar. Arnon Grunberg ging met studenten van de VU opzoek naar een antwoord. In zijn Abraham Kuyper Lezing bekijkt hij wat de drijfveren zijn achter onze gehoorzaamheid aan ethiek, wet en gezag. 


Blinde gehoorzaamheid (voorpublicatie van de jaarlijkse Abraham Kuyper Lezing)

'Isaak wordt niet geofferd omdat hij of Abraham iets verkeerds heeft gedaan, maar omdat God het van hem vraagt, omdat God alles kan vragen', stelt Arnon Grunberg in zijn Abraham Kuyper Lezing. 

De Deense filosoof Søren Kierkegaard worstelde met deze eis van God én met Abrahams gehoorzaamheid. In de lezing op donderdagavond bekijkt Arnon Grunberg de betekenis van het bijbelverhaal en de filosofie van Kierkegaard voor onze democratische samenleving. Hoe denken wij over hedendaagse mensenoffers? Lees hieronder alvast een voorproefje. 




recente posts

Erkenning

Erkenning

Jonah Falke
Gepost op: 2020-07-02 in: faits divers
Gepost op: 2020-07-02 in: current affairs